1904-1929

 

 

100 Jaar Caecilia Veenendaal

De geschiedenis van Harmonie Caecilia in vogelvlucht (2/5)

 

De beginjaren en daarna (1904-1929) 

 

 

Eerste wapenfeiten

Johannes Nannenberg werd de eerste dirigent van de Harmonie en zou dat overigens tot 1931 blijven. Hij was tevens voorzitter én hij zorgde voor de muzikale opleiding van de leerlingen en de leden. De opleiding werd afgerond met een examen, afgenomen door… jawel hoor: Johannes Nannenberg. Zonder te overdrijven kan gezegd worden dat deze man van groot belang voor de eerste kwarteeuw van Harmonie Caecilia. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de harmonie ook wel ‘de muziek van Nannenberg’ werd genoemd. In het voorjaar van 1905 was men zover gevorderd dat het eerste optreden op straat kan plaatsvinden. Er werden twee ingestudeerde lichte marsen gespeeld. In datzelfde jaar kreeg de vereniging een vaandel, geschonken door de Veenendaalse burgerij. Kortom: de start was gelukt. Vol trots werd in 1906 het vaandel getoond tijdens een concours in Amersfoort waaraan Harmonie Caecilia deelnam. Uitkomend in de introductieafdeling werd ‘La rêve d’or’ gespeeld. In de Amersfoortse Courant was in 1907 te lezen dat er op Hemelvaartsdag 1907 een concours plaatsvond in de tuin van het Kurhaus Trompenberg in Hilversum. In de derde afdeling werd een vierde plaats behaald. Eén jaar later werd, met 31 leden, opnieuw deelgenomen aan een concours. Ditmaal gebeurde dat in Amersfoort waar, in de derde afdeling, een eerste prijs werd behaald. Vele eerste prijzen zouden daarna nog volgen. De leden waren trots op hun vereniging maar zeker ook op hun dirigent (én voorzitter) Nannenberg en als dank en waardering werd hem dan ook een klok aangeboden. De uitgesproken tekst waarmee één van de bestuursleden deze klok aanbod is nog bewaard gebleven. 

 

Statiefoto - 1915

 

Ging alles dan goed?

Neen, er waren ook problemen die overwonnen moesten worden. Zo werd er op 21 oktober 1912 een brief door Harmonie Caecilia naar het Gemeentebestuur gestuurd. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat de muziekvereniging veel geld nodig heeft voor bijvoorbeeld instrumenten en bladmuziek. De leden van Harmonie Caecilia zijn voornamelijk afkomstig uit ‘de arbeidende stand’ en dus niet kapitaalkrachtig. Ook wordt opgemerkt dat muziek ‘strekt tot veredeling en verheffing van het volk’ en dus een algemeen belang kan worden geacht. De vereniging zal zich altijd beschikbaar stellen voor volksconcerten, maar het probleem is: we kunnen niet langer financieel rondkomen. Gevraagd wordt om een jaarlijkse subsidie van vijftig gulden. Iets meer dan een week later antwoordt de Gemeente Veenendaal dat vanaf 1 januari 1913 een jaarlijkse subsidie zal worden gegeven van vijfentwintig gulden. Eveneens in 1913 dreigde er een financiële malaise: Harmonie Caecilia organiseerde op het terrein aan de Hoofdstraat, waar nu de ABN AMRO-bank staat, een muziekconcours. De avond ervoor was een gedeelte van de VSW-gebouwen afgebrand. Het publiek had blijkbaar de schrik nog aardig in de benen, want de belangstelling was gering. Er moest veel geld bij. Op 22 juni 1914 schrijft het bestuur van de ‘Vereniging ter bevordering van Volksmuziekuitvoeringen’ een brief aan de Gemeente Veenendaal. Daarin wordt vermeld dat ‘muziekcorps Caecilia’, sinds de verbouwing van het gymnastieklokaal van de Openbare lagere School niet meer beschikt over een repetitieruimte. Het corps behelpt zich met oefeningen buiten of in herbergen en dat laatste is niet goed voor een vereniging met leden van 12 en 13 jaar oud. De gemeente wordt dringend gevraagd om óf de oude repetitieruimte óf om een andere ruimte ter beschikking te stellen. Het zou overigens niet de laatste keer zijn dat Harmonie Caecilia problemen ondervond met het vinden van ‘een dak boven je hoofd’. De eerste kwart eeuw eindigt met een Jubileumconcert in 1929.